ENGENDRÓ - vertaling in Nederlands

verwekte
engendrar
concebir
producen
levantar
beget
generar
provocan
hij gewon
engendró
engendróengendró
vader
padre
papá
papa
papi
gebaard heeft
barras tienen
voortgebracht
producir
generar
crear
traer
engendrar
dar
voortbracht
hij gewonnen had
veroorzaakte
causar
provocar
producir
desencadenar
crear
ocasionar
generar
inducir
originar
causantes
bracht
traer
llevar
poner
sacar
provocar
aportan
pasan
transmiten
brindan
reúnen
verwekt
engendrar
concebir
producen
levantar
beget
generar
provocan

Voorbeelden van het gebruik van Engendró in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Y vivió Enoc sesenta y cinco años, y engendró a Matusalén.
En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.
Todo lo que sabemos es que Wickham engendró un hijo fuera del matrimonio.
Het enige dat we zeker weten is dat Wickham een buitenechtelijk kind heeft verwekt.
Vuelve a la suciedad que te engendró.
Terug naar de vuiligheid die u heeft voortgebracht!
Se acostó con una cocinera y engendró una puta.
Die naaide een kokkin en maakte een hoer.
Pro 23:22 Escucha a tu padre, que te engendró;
Spreuken 23:22 Luister naar je vader, die je heeft verwekt;
Y Abram aceptó a Agar y ella engendró.
EnAbramgingintotHagar en zij werd bevrucht.
Lo único que podemos hacer ahora es acabar con lo que engendró.
Het enige wat we nu kunnen doen is vermoorden wat we gecreëerd hebben.
Peleg vivió treinta años, y engendró a Reu.
En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
Y vivió Peleg, treinta años, y engendró á Reu.
En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.
Y vivió Peleg, treinta años, y engendró á Reu.
En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
Escucha a tu padre, que te engendró;
Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft;
Fares engendró a Hezrón;
Perez gewon Hezron;
Un hombre vino a mí… y me amó… y engendró este niño.
Een man kwam bij mij en beminde me en maakte dit kind.
Ella es madre porque engendró en la carne a Jesús;
Zij is moeder omdat zij Jezus in het vlees heeft voortgebracht;
La imagen del mal que lo engendró.
Een weerspiegeling van het kwaad dat hem schiep.
Dice, Oye a tu padre, a aquel que te engendró.
Spreuken 23:22 Luister naar je vader, die je heeft verwekt;
Y Meonotai, el cual engendró a Ofra: y Seraiah engendró a Joab, padre de los habitantes en el valle llamado de Carisim,
En Meonothai verwekte Ofra; en Seraja verwekte Joab, den vader[der bewoners] van het dal der timmerlieden;
En aquella ocasión Jehová engendró por espíritu santo a Jesús
Destijds en door middel van de heilige geest verwekte Jehovah Jezus
nueve años, y engendró hijos é hijas.
tweehonderd en negen jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
Ner engendró a Quis, y Quis engendró a Saúl.
Ner was de vader van Kis en Kis was de vader van Saul;
Uitslagen: 336, Tijd: 0.0758

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands