GRITARON - vertaling in Nederlands

riepen
llamar
gritar
convocar
decir
crear
piden
evocan
claman
invocan
instamos
schreeuwden
gritar
grito
chillar
llorar
griterío
claman
ze schreeuwden
gritaban
vociferaban
clamaban
scandeerden
cantan
gritan
juichten
vitorearon
aplaudieron
gritaban
aclamaron
celebraron
animó
se regocijaban
acogieron favorablemente
schreeuwde
gritar
grito
chillar
llorar
griterío
claman
riep
llamar
gritar
convocar
decir
crear
piden
evocan
claman
invocan
instamos
roepen
llamar
gritar
convocar
decir
crear
piden
evocan
claman
invocan
instamos
hebben ze gebruld
schreeuwde het
gritadlo

Voorbeelden van het gebruik van Gritaron in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
¿Como haremos eso?, gritaron sus demonios.
Hoe doen we dit? schreeuwde zijn demonen.
¿Cómo haremos eso?, gritaron sus demonios.
Hoe doen we dit? schreeuwde zijn demonen.
Las chuletas de cordero… cuando las sacaba de la nevera esta tarde me gritaron.
Toen ik ze vanmiddag uit de vriezer haalde, schreeuwden ze naar me.
No te lleves al bebé" Gritaron y chillaron.
Neem de baby niet mee, schreeuwden ze*.
Cuando lo vieron los sacerdotes y sus servidores, gritaron.
L Maar toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden ze.
Nuestros profetas danzaron y gritaron por horas, pero no había poder.
Onze profeten dansten en schreeuwden urenlang, maar er was geen kracht.
Lo golpearon y le gritaron, incluidas las amenazas.
Ze sloegen hem en schreeuwden tegen hem, inclusief bedreigingen.
Entonces gritaron, y desaparecieron.
Ze schreeuwden en verdwenen.
Pero gritaron.
Maar ze schreeuwden.
Entonces ellos gritaron:¡Fuera!
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem!
Gritaron, pero no hubo salvador;
Zij riepen, maar er was geen verlosser;
Los comunistas gritaron insultos y amenazaron con matar a los cristianos.
De communisten schreeuwden beledigingen en bedreigden de christenen met de dood.
Y gritaron:“¡La espada del Señor
En zij riepen: Het zwaard van de HEERE
Ellos gritaron:«¡Fuera, fuera!
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem!
Gritaron cuando vieron.
Riepen zij toen ze zagen.
Las personas me gritaron todo el día.
Mensen schreeuwden tegen mij vandaag.
Allí gritaron alto entre el estruendo de la tormenta.
Zij riepen er hoog onder het gebulder van de storm.
Cuando finalmente logré hacerlo bien, ellas aplaudieron y gritaron emocionadas.
Toen ik het eindelijk goed deed klapten ze en schreeuwden van opwinding.
Y me gritaron, diciendo.
En ze riepen naar me.
Allí gritaron: Faraón rey de Egipto,
Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte,
Uitslagen: 222, Tijd: 0.0656

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands