Voorbeelden van het gebruik van Schreeuwden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mensen renden op straat en schreeuwden: ‘einde van de wereld'.
mensen weenden en schreeuwden.
De twee mannen schreeuwden.
Onze profeten dansten en schreeuwden urenlang, maar er was geen kracht.
De jonge mannen vielen de bezoekers lastig, schreeuwden en spatten in het zwembad.
Tegendemonstranten schreeuwden juist leuzen als'Bachmann naar degevangenis'.
Ze sloegen hem en schreeuwden tegen hem, inclusief bedreigingen.
Hij had drie kerels op het kerkhof bespied die schreeuwden van “Bell!
Hoe harder mijn kinderen schreeuwden, des te harder ze me sloegen.
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem!
Ze vochten en schreeuwden en.
Er waren daar veel kinderen, sommigen zaten onder het bloed en huilden en schreeuwden.
De communisten schreeuwden beledigingen en bedreigden de christenen met de dood.
Ze bonkten op de deuren en schreeuwden.
De passagiers sprongen uit de bus en schreeuwden.
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem!
Het volgende wat ik weet is dat ze tegen haar schreeuwden.
Mensen schreeuwden tegen mij vandaag.
Toen ik het eindelijk goed deed klapten ze en schreeuwden van opwinding.
Zij schreeuwden„Allah is groot”,