Voorbeelden van het gebruik van Schreeuwden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We schreeuwden stop, ze zei nee.
De jongens schreeuwden en renden alle kanten op.
Mensen schreeuwden en renden, en overal was paniek.
Jou. Waar schreeuwden jij en grootvader gisteravond over.
Militairen schreeuwden over Hongaarse tanks bij de grens.
Rot op,' schreeuwden ze dan.
Ze schreeuwden en kermden.
Schreeuwden sommige kinderen van angst.
En de kinderen schreeuwden:"Niets!
Ze schreeuwden van geluk.
Mensen schreeuwden en renden, en overal was paniek.
Ze waren dronken en schreeuwden en zwaaien met de Zuidelijke vlag.
Mensen die tegen elkaar schreeuwden.
bewogen niet vooruit, terwijl zij schreeuwden;
Zij schreeuwden en wilden zichzelf vermoorden, maar ze.
Toen schreeuwden zij allen wederom, zeggende:
We schreeuwden tegen elkaar, vuiligheid online.
De voorbijgangers schreeuwden en ze hielpen haar meteen.
Mensen schreeuwden. Het was een chaos.
Mensen die schreeuwden of huilden?