LE DISPARA - vertaling in Nederlands

schiet
disparar
tiro
tiroteo
tirar
rodaje
derribar
shooting
rodar
matar
cazar
neerschiet
disparar
matar
derribo
derribar
un tiro
el fusilamiento
fusilar
dispararnos
doodschiet
matar
disparar
fusilar
un tiro
hem neer
lo mató
le disparó
lo abajo
la dejé
acabe con él
vuurt
fuego
disparar
abeto
disparo
incendios
fogatas
llamas
hogueras
spruce
pícea

Voorbeelden van het gebruik van Le dispara in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Le dispara al esposo primero,
Hij schoot eerst op de man
Le dispara a las otras dos.
Hij vuurt op de andere twee.
Le dispara al guardaespaldas para tener en la mira a Belicoff.
Hij schiet op de lijfwacht om op Belicoff te kunnen schieten..
Al Papa Juan Pablo II le dispara en Roma un trastornado Jimmy Carter.
Paus Johannes Paulus II word neergeschoten in Rome… Door een doorgedraaide Jimmy Carter.
Y entonces monsieur Cornworthy le dispara y Farley cae al suelo.
En dan… Monsieur Cornworthy schiet hem neer. Farley valt op de grond.
Si le dispara, quedaremos llenas de sesos de guardia.
Als ze hem neerknalt, zitten we dadelijk onder de hersenbrij.
Le dispara a las motocicletas.¡Se alejan!
Hij schiet op de motorrijders, ze draaien om!
Y le dispara.
Diecisiete segundo después le dispara otra vez en la garganta.
Seconden later schiet je hem in z'n keel.
Le dispara, lo mata.
Schiet hem neer, vermoordt hem..
El asesino le dispara en la cabeza aquí.
De dader schiet haar in het hoofd.
Le dispara a usted en el pecho.
Hij schiet je in de borst.
Allí hay un tipo y le dispara impacta al guardia dos veces.
Er komt een vent hier en schiet hem neer. Raakt de bewaker twee keer.
Mi compañero le dispara a menos que abras la puerta.
Mijn partner gaat hem doodschieten tenzij je deze deur opendoet.
Casi le dispara a Sal.
Hij schoot Sal bijna neer.
También le dispara a la gente.
Ze schiet ook op mensen.
¿Así que entonces va y le dispara?
Je ging en schoot hem neer?
Ahí. Le dispara al policía.
Nu schiet hij de agent dood.
Si le dispara, morirá. Pero entonces usted morirá.
Als je hem neerschiet, is hij dood, maar dan ben jij ook dood.
Le dispara a Lisa, agarra a Jen,
Hij schiet Liz neer,
Uitslagen: 155, Tijd: 0.0777

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands