SOLTÓ - vertaling in Nederlands

liet
dejar
hacer
permitir
no
mostrar
vamos
echemos
los
suelto
independientemente
disolver
flojo
ir
independiente
aflojar
flojamente
separado
resuelve
vrijgegeven
lanzado
liberado
publicado
revelada
estrenada
soltó
en libertad
desclasificados
losgelaten
liberado
desatado
soltado
abandonado
lanzado
dejado ir
suelto
losgemaakt
aflojar
separar
aflojamiento
liberar
desconectar
soltar
desatar
desprender
desabrochar
desapegar
vrij
libre
bastante
libremente
muy
relativamente
libertad
gratuito
gratis
exento
libera

Voorbeelden van het gebruik van Soltó in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Soltó Milán y orgullosamente levantó su barbilla.
Flapte Milan uit en tilde trots haar kin op.
Soltó mi mano, por favor.
Loslaten van mijn hand, alsjeblieft.
La chica soltó esto en el asalto.
Het meisje heeft dit laten vallen tijdens de aanval.
Entonces, cuando Raymond soltó el arma, desapareció, arriba en la chimenea.
Toen Raymond het pistool losliet, verdween die in de schoorsteen.
¿Quién soltó al mayor Briggs, Leo?
Wie heeft majoor Briggs laten gaan, Leo?
Soltó el balón.
Hij ontfutselde de bal.
¡Nadie te soltó!
Niemand heeft je laten vallen.
Y soltó su látigo de nueve colas en la cara del Rey.
En zwiepte z'n gesel in het zelfvoldane gezicht van de koning.
La chica soltó Porque Scrooge Scrooge cambió.
Het meisje liet gaan omdat Scrooge Scrooge was veranderd.
Se soltó en algún momento y la desactivó.
Die is losgekomen ergens losgekomen, en heeft het onschadelijk gemaakt.
El tipo soltó como 20.000 dólares en una noche.
Die man verliest zo $20.000. op één avond.
Se soltó al vídeo de casa el año siguiente.
Het werd vrijgegeven om thuis video het volgende jaar.
¿Por qué crees que te soltó?
Waarom denk je dat je vrijgelaten bent?
Ah… policía soltó a Eric Sharpe.
De politie heeft Eric Sharpe laten gaan.
Pero se soltó.
Maar hij liet los.
El juez dijo que la arresto fue ilegal y lo soltó.
De rechter zei dat de arrestatie niet rechtsgeldig was en liet hem gaan.
Que conste que no fue Daniel quien nos soltó.
Voor de duidelijkheid, het was Daniel niet die ons los liet.
¡Claro que es su culpa! Caí sobre este anzuelo porque él soltó la soga.
Ik werd op deze haaienhaak gegooid omdat hij het touw losliet.
Ella soltó al perro.
Ze heeft de hond laten gaan.
miró mi mochila y me soltó.
keek ze naar mijn rugzak en liet ze me los.
Uitslagen: 196, Tijd: 0.0916

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands