VIVIFICADO - vertaling in Nederlands

levend gemaakt
vivificar
tot leven gewekt
dan vida
la vida a los muertos
para resucitar a
revivir
opgewekt

Voorbeelden van het gebruik van Vivificado in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Ecclesiastic category close
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
eso ya lo ha vivificado a Ud.
het heeft u al levend gemaakt.
sostenido y vivificado por el Espíritu Santo,
ondersteund en verlevendigd door de Heilige Geest,
después de haber sido vivificado por la gracia divina,
hij door goddelijke genade levendgemaakt was, beschrijft:
el grupito de sus seguidores ungidos es‘vivificado' con él.
de kleine groep van zijn gezalfde volgelingen„levend gemaakt” met hem 1 Kor.
Después de 1 aplicación del efecto tangible visible- peinar el cabello se vuelve más fácil después de sólo 3 tratamientos, el pelo es“vivificado”, y el cabello se vuelve más fuerte y más densa.
Na 1 aanbrengen van zichtbare voelbaar effect- haar kamt gemakkelijker wordt na slechts 3 behandelingen is het haar “verlevendigd”, en het haar wordt sterker en dichter.
Adán fue vivificado por el aliento de Dios,vivificados espiritualmente por el"Aliento de Dios," el Espíritu Santo(2 Corintios 5:17; Juan 3:3; Romanos 6:4).">
Adam werd tot leven gewekt door de adem van God,tot leven gewekt door de"Adem van God," de Heilige Geest(2 Korinthe 5:17; Johannes 3:3; Romeinen 6:4).">
el justo por los injustos, para llevarnos a Dios, siendo a la verdad muerto en la carne, pero vivificado en espíritu;…”.
Hij is gedood naar het lichaam, maar tot leven gewekt door de Geest;…”.
La paz es un orden vivificado e integrado por el amor,
De vrede is een orde die door de liefde levend wordt en aangevuld, zo
siendo a la verdad muerto en la carne, pero vivificado en espíritu…”(1 Pedro 3:18).
Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt”(1 Petrus 3:18).
Recuerden; recuerden bien: vivificados para ver qué son estas cosas.
Herinner u, herinner u nu, levend gemaakt om te zien wat deze dingen zijn.
Nosotros sí, y hemos sido vivificados.
Wij wel, en wij zijn levend gemaakt.
La Palabra no ha sido vivificada.
Het Woord is niet levend gemaakt.
Todo: Él vivifica el mundo animal y quiere vivificarnos a las personas.
Alles: de dierenwereld leeft Hij, en ons mensen wil Hij leven.
El Hijo vivifica a quien él quiere”.
De Zoon maakt levend, die Hij wil.".
Y el Hijo, vivifica a quien quiere.
En de Zoon maakt levend, dien Hij wil.
¡Vivificar almas…, para aquellos edificios….
Laten wij zielen levend maken… voor die gebouwen….
Vivifica la Palabra, como por ejemplo, una semilla.
Het brengt het Woord tot leven, zoals een zaad.
El Hijo vivifica a quien El quiera.
De Zoon maakt levend wie Hij wil.
¡Sabed que Alá vivifica la tierra después de muerta.
Weet, dat God de aarde verkwikt, welke dood is geweest.
su respiración, la vivifican.
zijn ademhaling, verlevendigen het.
Uitslagen: 44, Tijd: 0.331

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands