GENTILS - vertaling in Nederlands

aardig
gentil
sympa
bien
agréable
aimable
bon
sympathique
beau
charmant
très
vriendelijk
sympathique
amical
gentil
aimable
convivial
sympa
chaleureux
gentiment
courtois
agréable
goeden
bien
bon
d'accord
correctement
ok
mieux
beau
meilleur
mal
immobilier
lief
gentil
mignon
doux
adorable
amour
cher
acquis
sympa
aimable
bon
heidenen
païen
impie
gentils
niet-joden
gentils
non-juifs
les non-juifs
leuk
amusant
agréable
bien
sympa
drôle
mignon
content
marrant
plaisir
bon
mooi
agréable
bien
magnifique
super
bon
joliment
sympa
magnifiquement
charmant
gentil
goeien
brave
sage
gentil
bon
brave
bien
niet-jood

Voorbeelden van het gebruik van Gentils in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
tous très gentils.
allemaal erg leuk.
Gentils, les chiens!
Brave honden!
Tu es un des gentils.
Je bent één van de goeien.
Ça me plait pas d'être l'un des gentils cette semaine.
Het is deze week niet leuk een van de goeden te zijn.
Gentils chiens.
Brave hond.
Je lui disais tout le temps que les gentils finissent derniers.
Ik zei altijd tegen hem,' De goeien komen als laatsten.
La CIA sont les gentils.
De CIA zijn de goeden.
On est de gentils patients.
We zijn brave patiënten.
On est les gentils ou les méchants?
En zijn wij de goeien of slechteriken?
C'est les Canadiens, les gentils.
De Canadezen zijn de goeden.
C'est un bon jour pour les gentils.
Het is 'n goeie dag voor de goeien.
comme tous les enfants gentils.
Ik vind alle brave kinderen.
On est les gentils, X-Man.
We zijn de goeden, X-Man.
Nous sommes les gentils.
Wij zijn de goeien.
Nous serons de gentils Castors Juniors.
Dan zijn we brave woudlopers.
Dans ce travail, il y a les gentils et les méchants.
In dit werk zijn er goeden en slechten.
Croyez-moi, M. Ramirez, les gentils, c'est nous.
Geloof me, Mr. Ramirez, wij zijn de goeien.
Qui sont les gentils?
Wie zijn de goeien?
On est les gentils?
Zijn wij de goeien?
On est les gentils.
Wij zijn de goeien.
Uitslagen: 1522, Tijd: 0.0932

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands