IMPOSTURE - vertaling in Nederlands

bedrog
tromperie
fraude
mensonge
tricherie
trahison
ruse
fraudulence
supercherie
dol
imposture
schijnvertoning
mascarade
imposture
simulacre
farce
faux
façade
comédie
trompe-l'œil
leugen
mensonge
faux
mentir
imposture
nep
faux
bidon
imposteur
factices
truqué
canular
illégitime
du toc
contrefaits
imposture
bedriegster
imposteur
escroc
imposture
fraudeuse
infidèle
arnaqueuse
fraude
arnaque
escroquerie
oplichterij
arnaque
escroquerie
fraude
imposture
travailler pour l'oms

Voorbeelden van het gebruik van Imposture in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Violence, manipulation, imposture.
Geweld, manipulatie, fraude.
Imposture ou pas, Ron suivait un large éventail de recherches.
Oplichter of niet, Ron werkte aan 'n indrukwekkende reeks onderzoeken.
Bon,"imposture", c'est un peu trop fort.
Nee oké," oplichting" is te sterk uitgedrukt.
Notre amitié magique était une imposture!
Onze magische vriendschap was een oplichting!
Qu'est que vous pensez que Swiffy ferait s'il découvrait cette imposture?
Wat zou Swifty doen als hij achter zulk bedrog kwam?
J'en ai besoin, j'ai besoin de cesser d'être une imposture.
Ik heb dit nodig. Ik moet ophouden een bedrieger te zijn.
Ce type est une imposture.
Man, deze gast is een nepperd.
Toute ma vie n'est qu'imposture.
Mijn hele leven is een puinhoop.
George W. Bush est une imposture.
George W. Bush is een veinzerij.
C'est une imposture.
Ze is een oplichtster.
Paige Collins, tu n'es pas une imposture.
Paige Collins, jij bent geen bedrieger.
La famille traditionnelle est une imposture.
Het gezin is een farce.
Nous savon tous les deux que mon mariage est une imposture.
We weten allebei dat mijn huwelijk een schijn is.
Le Ichabod Crane que tu connaissais est une imposture.
De Ichabod Crane die jij kent is een oplichter.
C'est une imposture!
Dit is een toneelstuk.
La thérapie est une imposture.
Praat therapie… is verlakkerij.
Quelle imposture.
Wat een komedie.
Imposture aussi dans le fond: il s'agissait primitivement de lutter contre le terrorisme à la suite des attentats du 11 septembre.
Ook fundamenteel bedrog: het ging na de aanslagen van 11 september aanvankelijk om de strijd tegen terrorisme.
Les référendums sont une imposture qui ne sera honorée
Referenda zijn een schijnvertoning die alleen gehonoreerd worden
Vous la population, vous êtes les victimes de la plus grande imposture de l'histoire du monde.
Jullie, het volk, zijn slachtoffer van het grootste bedrog in de geschiedenis van jullie wereld.
Uitslagen: 77, Tijd: 0.2127

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands