Voorbeelden van het gebruik van Ben is in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ben is hier.
Ben is een eerlijke neger, Gideon.
Ben is onschuldig.
Wat ik ben is beter dan dat allemaal?
Ben is een eerlijke zwarte, Gideon.
Ben is een Australiër.
Wat ik ben is vastbesloten.
Ben is het niet. Ben?
Ben is arts.
Maar als ik 70 ben is het ook nog zo.
Dus dat ik ontrouw ben is biologisch bepaald?
Ben is bij me.
Wat ik ben is een overlevende.
Wat ik van plan ben is nog niet gebeurd.
Ben is liefde.
Als ik klaar ben is het standpunt van mijn cliënt volkomen duidelijk.
Ben is aardig, maar hij is 'n beetje wantrouwig.
Ben is mijn man.
Wat ik ben is een genadeloze, gemene, onstuitbare moordenaar.
Of ik een mens ben is niet belangrijk, overleven is dat wel.