Voorbeelden van het gebruik van Binnenkort in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Binnenkort in een mega-boekenwinkel bij u in de buurt.
Binnenkort wil je meer en meer.
Dan kost een postzegel binnenkort 100. Als de inflatie niet stopt.
Ik denk dat ik binnenkort nog een video maak over de verschillende luchthamers.
Volgende week. Binnenkort.-Wanneer?
Ruthie, we krijgen het binnenkort beter.
Omdat binnenkort de Decreator zal verrijzen.
Binnenkort ga ik weer naar het politiebureau.
Binnenkort help je ons om deze stad te besturen.
Binnenkort is het uit met u.
Het Broadway toneelgezelschap is hier binnenkort. Cats.
Ik wil graag binnenkort met u lunchen en u erover vertellen.
Binnenkort. Maar weet je wat?
Binnenkort gooi ik een bolbliksem… Ik breng hem naar het ziekenhuis.
Het valt hier binnenkort stil.
Binnenkort wordt hij ziek.
Binnenkort toch?
Binnenkort zul je dit dragen.
Binnenkort kunnen we op de rotonde stoppen voor aardappelen.
een lang begraven kwaad keert binnenkort terug.