Voorbeelden van het gebruik van Bus gaat in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De bus gaat richting het westen op Center.
Een bus gaat naar de kust.
De bus gaat morgen pas.
Ik wil dat je naar de bus gaat.
Haast je! De bus gaat weg!
Ik kan niet blijven, de bus gaat om 10 uur.
Ik vind het niets als ze met de bus gaat.
zijn je rechten gedekt maar als je met de bus gaat zijn ze niet gedekt.
Als we allemaal naar de bus gaan, kan ik 't clubhuis laten zien.
De bus ging om 23.00, maar het is bijna 00.00.
We nemen de bus, gaan naar het festival droppen iedereen en komen terug.
De bus ging in de sloot.
Omdat we met de bus gingen. Waarom?
De wielen van de bus gaan rond en rond.
Een keer was ik met de bus gegaan, de andere twee keren heb ik gelift.
De ramen van de bus gaan op en neer. Op, neer.
De ramen van de bus gaan op en neer.
De bus ging om 23.00, maar het is bijna 00.00.
De ramen van de bus gaan op en neer.
Wilt u met de bus gaan?