Voorbeelden van het gebruik van Gaat in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Sam, gaat alles goed? Hallo.
Chef, gaat poep naar de hemel?
Het gaat over een herfsttas.
Het gaat toch goed?
Madeline gaat Sylvie vragen bij Savoir te komen.
En dat gaat het verschil maken, denk je?
Het gaat niet om mij.
Waar gaat ze heen?
M'n opa gaat op vakantie in Florida.
Waar gaat Michael alleen naartoe?
Gaat Victor naar de hel?
Het gaat vast prima.
Nee, dit gaat niet om mij!
Phara gaat de omheining uitschakelen.
Jinu gaat naar China voor een hiphopshow.
Wie gaat er naar de A-town volgende week?
Maar het gaat om moord.
Hij gaat 't uitmaken.
Waar gaat Scotland Yard heen?
Als dit over Keisha gaat, ik weet het.