Voorbeelden van het gebruik van Dat moest je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat moest je ook zijn.
Dat moest je per se zeggen, Boston?
Dat moest je wel… met pa.
Dat moest je met mij overleggen.
Dat moest je weten.
Dat moest je wel doen, anders dachten ze dat er iets mis was met je. .
Dat moest je ook zijn.
Dat moest je denken.
Dat moest je natuurlijk verdienen.
Dat moest je ook geloven.
Dat moest je even kwijt.
Dat moest je Spud nageven.
Dat moest je eens doen.
En dat moest je opzoeken?
Dat moest je wel pissig maken.
Dat moest je, omdat we hetzelfde zijn, Skye.
Dat moest je maar niet doen.
Dat moest je niet doen.
Nee, dat moest je niet.
Dat moest je zeggen.