Voorbeelden van het gebruik van De priester in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nou, ik begrijp niet waarom de priester je niet alles vertelde.
Je gaat naar de priester.
Hebt u geen brief bij u van de priester?
We vragen jullie dit, de priester en ik.
House had gelijk over de priester.
Naar de priester, voor het exorcisme.
Ik mocht de priester ook, maar.
Ik ben niet zo koppig als de priester.
Schatje, broeder Cavil was de priester uit mijn kindertijd.
Ik heb een therapiesessie met de priester.
Ik moet met de priester praten.
Waarom? Zondags speelt ze gitaar bij de priester.
Onze intendant… en Eerwaarde Henri Sardis, de priester van Saint-Alban.
Je schoot de zoon van de priester dood.
Ik biecht in de kerk alles op aan de priester.
Hij wil weten wie de priester heeft vermoord.
Ze hoort bij de priester.