Voorbeelden van het gebruik van De priester in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De priester was er op tijd bij,
Ik neem haar mee, maar de priester beslist uiteindelijk.
De priester die je hebt onderzocht.
Ionut, heb je in ieder geval begrepen wat de priester je vraagt?
De priester is hier, meneer.
De Priester zei dat ze bekend had.
Misschien spreek ik toch met de priester.
Misschien spreek ik toch met de priester.
En de dood van de priester.
En de priester zal die aansteken op het altaar des brandoffers.
En de priester zal die aansteken op het altaar;
En gegrinnik toen de priester zei: Voor betere
En de priester zegt:"Wat is je zonde?
De priester zegt:"Oh, dat is vreselijk.
Alleen onthief de priester de één, de ander onthief zichzelf.
De priester zegt:“Niet discussiëren, geloof!”.
Wat heeft de Priester jullie beloofd?
De Priester heeft onze zieken genezen.
Slavin van de priester van ar.
Zeker niet met de priester van ar.