Voorbeelden van het gebruik van Dwaas in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is dwaas, maar ik merk de gekste dingen op.
Dwaas, hij leeft nog.
Doe niet zo dwaas.
ze dachten allemaal dat ik een dwaas was.
Mr T.-'Ik heb medelijden met de dwaas.
En ik was een dwaas.
Hij was een dwaas, geen idioot.
Blijf dwaas. Blijf hongerig.
Dwaas, hè? Uw vrouw houdt nogal van events en surprises lijkt me?
Ik ben een dwaas die alles heeft gegeven voor de liefde.
Dat je terugkeert. Je bent een dwaas.
Rebecca dachten dat ik een dwaas was.
Ik had ook kunnen zeggen: De dwaas in de puzzel.
Uw man was een dwaas.
Ik was jong en dwaas in die tijd.
Het was dwaas om je onvoorbereid naar Minbar te sturen.
Ik wil niet de dwaas zijn die in het donker tast!
Ik was een dwaas om te denken dat ze ons met rust zouden laten.
Leven en een dwaas zijn, Charlotte.
Ik vind het dwaas, dat we op deze manier aan aparte tafels moeten zitten.