Voorbeelden van het gebruik van Dwaas in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ben ik een dwaas?
Hier is jouw kaart, Dwaas.
Vertel me wat, dwaas.
Ik ben dol op die oude dwaas.
Nou, misschien ben ik 'n dwaas.
beval Wolsey u aan en hij was geen dwaas.
Prabhupāda: Dus je kan zien wat een dwaas hij is.
ze praten dwaas.
Hij… hij is een dwaas.
En zolang hij blind en dwaas blijft, accepteert hij God niet.
Ben jij het broertje dat ze Dwaas noemt?
Ik ben geen dwaas.
Een dwaas maar een eerlijke dwaas.
Keuzes gemaakt jaren geleden Ja, ik was dwaas.
iedereen is een dwaas.
Ik ben geen dwaas.
Ik ben zo'n dwaas.
Ik ben Dwaas.
Je sloeg mijn moeder, dwaas.
Wiens idee was om mijn tijd met deze dwaas te verspillen?