ECHTGENOTE - vertaling in Duits

Ehefrau
vrouw
echtgenote
Frau
vrouw
meisje
dame
echtgenote
mrs
Gattin
vrouw
echtgenote
eega
gemalin
gade
Gemahlin
vrouw
echtgenote
gemalin
metgezellin
Ehepartner
echtgenoot
partner
echtgenote
wederhelft
huwelijkspartner
e)
vrouw
Ehegatten
echtgenoot
echtgenoten
e)
echtgenoot/echtgenote
Eheweib
vrouw
echtgenote
Mann
man
echtgenoot
kerel
vent
mens
jongen
Ehemann
man
echtgenoot
Ehegatte
echtgenoot
echtgenoten
e)
echtgenoot/echtgenote
Ehefrauen
vrouw
echtgenote

Voorbeelden van het gebruik van Echtgenote in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Geliefde echtgenote rose.
Geliebte gattin rose.
Uw echtgenote, neem ik aan?
Ihr Eheweib, nehme ich an?
Na haar bekering tot het Christendom nam zijn echtgenote de naam Anna aan.
Nachdem sie ihren Ehemann Christian heiratete, nahm sie dessen Familiennamen an.
Zij is z'n echte echtgenote.
Sie ist seine wahre Ehefrau.
Je bent mijn echtgenote niet meer.
Du bist nicht mehr meine Frau.
Jij verdenkt toch steeds de echtgenote.
Du bist derjenige, der immer den Ehepartner.
Zijn echtgenote is Varda Elentari,
Seine Gemahlin ist Varda,
Heeft uw echtgenote een naam?
Hat Ihre Gattin einen Namen?
ik plande het… en hij vermoorde mijn echtgenote.
ich planten alles und er brachte meinen Mann um.
Claude Hooper Bukowski deze vrouw tot je wettige echtgenote?
Claude Hooper Bukowski diese Frau zu deinem angetrauten Eheweib nehmen?
Kent u River Song, echtgenote van Hydroflax?
Kennst du River Song, die Ehefrau von Hydroflax?
Mi Mi is toch z'n echtgenote.
Mi Mi ist ja seine Frau.
verlies van een baan, of een echtgenote.
den Job verlieren, oder den Ehepartner.
Moet jij het weten, of je echtgenote?
Musst du es wissen oder dein Ehemann?
Maar zussen noch echtgenote wilden het onderzoek steunen.
Aber weder Schwestern noch Ehefrauen waren bereit, meine Arbeit zu unterstützen.
Een echtgenote en een zoon.
Die Gemahlin und der Sohn.
Levensgezellin van de man, echtgenote.
Gefährtin des Mannes. Gattin.
Maar ze was een echtgenote en moeder.
Aber sie war Ehefrau und Mutter.
En ik ben geen echtgenote meer.
Und ich bin keine Frau mehr.
Het is altijd de echtgenote.
Es war immer der Ehepartner.
Uitslagen: 1532, Tijd: 0.0772

Echtgenote in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits