Voorbeelden van het gebruik van Echtgenote in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geliefde echtgenote rose.
Uw echtgenote, neem ik aan?
Na haar bekering tot het Christendom nam zijn echtgenote de naam Anna aan.
Zij is z'n echte echtgenote.
Je bent mijn echtgenote niet meer.
Jij verdenkt toch steeds de echtgenote.
Zijn echtgenote is Varda Elentari,
Heeft uw echtgenote een naam?
ik plande het… en hij vermoorde mijn echtgenote.
Claude Hooper Bukowski deze vrouw tot je wettige echtgenote?
Kent u River Song, echtgenote van Hydroflax?
Mi Mi is toch z'n echtgenote.
verlies van een baan, of een echtgenote.
Moet jij het weten, of je echtgenote?
Maar zussen noch echtgenote wilden het onderzoek steunen.
Een echtgenote en een zoon.
Levensgezellin van de man, echtgenote.
Maar ze was een echtgenote en moeder.
En ik ben geen echtgenote meer.
Het is altijd de echtgenote.