Voorbeelden van het gebruik van Eenzaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je zult een eenzaam, hopeloos, afgezonderd,
Eenzaam, van middelbare leeftijd.
De bak kan eenzaam zijn wanneer hetlicht uitgaat.
Dan is ie niet zo eenzaam.
Ik verzeker je dat je niet eenzaam zult zijn.
Is ze eenzaam?
Eenzaam gehinnik van paarden.
Je bent een triest en eenzaam klein ding. Ik denk.
Ik ben zeer eenzaam.
In Paulo's armen voel ik me eenzaam.
Maar de stakkerd is eenzaam.
Mijn man hield niet van me en mijn leven werd stil en eenzaam.
Ik leef eenzaam, Dave.
Ik ben geen ellendig, eenzaam persoon.
Ze was waarschijnlijk eenzaam.
Ik voel me eenzaam, Cristobal.
Jullie huwelijk was niet… Ze was eenzaam.
dat is het. Het is eenzaam.
Eerder eenzaam is. Ik zou zeggen dat uw leven.
Sommige mensen zijn gewoon eenzaam.