GEDOOPT - vertaling in Duits

getauft
dopen
doopfeesten
doopsels
noemen
naam geven
doping
inwijden
doopplechtigheden
getaucht
duiken
komen
dompel
gaan
verschijnen
onderdompelen
dopen
scubaduiken
diepzeeduiken
dip
getunkt
dopen
dippen
soppen
onderdompelen
in
dompelen
getaufter
gedoopt
genoemd
naam
doop
doopsel
doopnaam
doopdatum
doopte
tauchte
duiken
komen
dompel
gaan
verschijnen
onderdompelen
dopen
scubaduiken
diepzeeduiken
dip
taufen
dopen
doopfeesten
doopsels
noemen
naam geven
doping
inwijden
doopplechtigheden

Voorbeelden van het gebruik van Gedoopt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
En op de dag dat Jeffrey Dahmer wordt gedoopt.
Am selben Tag wurde Jeffrey Dahmer getauft.
Voordat mijn vrouw hem hierheen stuurde, heeft ze hem in vloeibare acid gedoopt.
Bevor meine Frau das hergeschickt hat… hast sie es in flüssige Säure getaucht.
Hij wordt gedoopt.
Er wird getauft.
Soms is die in etherische oliën gedoopt.
Manchmal wird sie vorher in ätherische Öle getaucht.
Ik denk… dat ik gedoopt wil worden.
Ich denke… ich möchte getauft werden.
Ze moeten het mes in vergif hebben gedoopt.
Sie müssen das Messer in einen Giftstoff getaucht haben.
Mijn moeder wil dat Rocco gedoopt wordt.
Meine Mom will, dass Rocco getauft wird.
Patty moest gedoopt worden.
Patty musste getauft werden.
M'n zoon wordt niet gedoopt.
Mein Sohn wird nicht getauft.
Ze wordt gedoopt.
Sie wird getauft werden.
Onze zoon wordt gedoopt.
Unser Sohn wird getauft.
je… Dat je nooit gedoopt bent?
du… nie getauft wurdest?
M'n dochter wordt gedoopt.
Meine Tochter wird getauft.
Maar ik ben gedoopt, Vader.
Aber ich bin doch getauft, Vater.
Gedoopt werd hij als Wilhelmus,
Getauft wurde er auf Wilhelmus,
Gedoopt en geregistreerd met de naam van m'n stad.
Getauft und gemeldet auf den Namen meiner Stadt.
Gered. Gedoopt, neem ik aan.
Errettet. Getauft, nehme ich an.
Gedoopt op een dinsdag.
Getauft am Dienstag.
Gedoopt op dinsdag.
Getauft am Dienstag.
Gedoopt, gevormd… Ik ging elke zondag naar de kerk toen ik in Indiana woonde.
Jeden Sonntag in die Kirche, bis ich aus Indiana fortging. Getauft, konfirmiert.
Uitslagen: 783, Tijd: 0.0429

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits