Voorbeelden van het gebruik van Gelogen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn vriend McDonald heeft gelogen.
Het verhaal is gelogen.
Dat was gelogen.
Alf, dat is allemaal gelogen.
En Frank Russo heeft gelogen.
Alles aan jou is gelogen.
Vandaar dat ik gelogen heb.
Dat is gelogen.
Oat is gelogen!
We hebben er 20 jaar over gezwegen en gelogen.
Sorry dat ik heb gelogen.
Maar… dat was gelogen.
Dat was gelogen, vriend.
De serveerster die zei dat Dani Nioh in Zephy's was, heeft gelogen.
Waarom heeft hij gelogen?
Ik weet niet waarom ze heeft gelogen.
is gelogen.
kan hij over alles hebben gelogen.
Het was allemaal gelogen.
We hopen dat hij gelogen heeft, maar.