Voorbeelden van het gebruik van Gelogen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb mensen gebruikt en ik heb gelogen.
En dat is niet gelogen.
Ja. Er wordt veel gelogen.
Eentje maar. Al het andere is gelogen.
Geloof me, ik heb niet gelogen.
Dat is niks waard als 't gelogen is.
Niet gelogen.
Kan allemaal gelogen zijn.
Hé. Ik heb niet gelogen.
Je hebt gelogen.
En jij hebt ook tegen me gelogen.
Eentje maar. AI het andere is gelogen.
Dus Alice gelogen.
Wat?- Je hebt gelogen over Lucky.
Geef eerst toe dat het gelogen was.
Al die verhalen zijn gelogen.
We hebben niet gelogen.
Over mijn naam heb ik wel gelogen.
En dat is niet gelogen.
Die verhalen zijn allemaal gelogen.