Voorbeelden van het gebruik van Groot woord in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vriendin is een groot woord.
Haat is een groot woord.
Pure slechtheid. In dit geval is dat een groot woord voor.
Ons' is een groot woord.
Familie is een groot woord.
Is een groot woord.
Haat is een groot woord.
Familie is een groot woord.
Het is geen haat, haat is een groot woord.
Verliefd is een groot woord.
Haat is een groot woord.
Het is een groot woord.
Graag is een groot woord.
Maar"onschuldig" is een groot woord.
Lydia, aanvallen is een groot woord.
Pure boosaardigheid. Wat in dit geval een heel groot woord is met de betekenis.
Oké. Liefde" is wel een erg groot woord.
Verandering" is een groot woord.
Held" is een groot woord.
Wat een groot woord voor een jochie.