Voorbeelden van het gebruik van Het geloof in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mensen die normaal niet over het geloof nadenken.
Weet je, het geloof van Theo… verloor 't van het toeval.
Hij werd opgevoed in het christelijk geloof.
Ik zeg het omdat ik het geloof.
We mogen toch niet over het geloof zingen?
Het geloof van prinses Maria lijkt me geen schijn.
Verlies niet het geloof in me.
In deze periode bekeerde hij zich tot het rooms-katholieke geloof.
Ik, moet het denken voordat ik het geloof.
Het oude geloof.
Debatteren over het geloof en de zin van het leven.
Het geloof van een kind.
In deze periode bekeerde Zaehner zich ook tot het katholieke geloof.
Niet dat ik het geloof, maar dat ík het geloof.
Het geloof is de enige manier, vader.
Ik dacht dat het geloof geruststelling moest geven.
Goed, toch niet verliezen het geloof.
Ik wil die tarantula zien voor ik het geloof.
Het geloof in de genezing, het geloof in de toekomst die wacht.
Waarom moest u naar de gevangenis? Het geloof?