Voorbeelden van het gebruik van Het nu doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We moeten het nu doen.
En we moeten het nu doen.
zou ik het nu doen.
Als we iets doen, moeten we het nu doen.
Ze moet het nu doen.
Ga je het nu doen?
We moeten het nu doen.
Jij zal er schoon vanafkomen, maar je moet het nu doen.
Maar je moet het nu doen.
Als we het nu doen, sterven er te veel.
We moeten het nu doen.
We kunnen het nu doen.
Maar je moet het nu doen.
Jij komt er goed vanaf, maar je moet het nu doen.
Kunnen we het nu doen?
Hij moet het nu doen.
En u moet het nu doen, voor we elkaar verscheuren.
We kunnen het nu doen.
We moeten het nu doen.
Hij wil het nu doen.