Voorbeelden van het gebruik van Het nu doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ga het nu doen, fijngevoelige.
Ik ga het nu doen.
Kunnen we het nu doen?
Wil je het nu doen?
Goed, wil je het nu doen of straks?
Als je iets van me wilt, moet je het nu doen.
Dertien kunnen het nu doen.
Als je wil vluchten moet je het nu doen.
kunnen we het nu doen.
De sergeant en ik hebben het besproken,… en ik wil het nu doen.
dus moeten we het nu doen.
Oké, zal ik het nu doen?
we moeten het nu doen.
en we moeten het nu doen.
We zullen vliegende auto's hebben, ik bedoel niet op de manier zoals ze het nu doen, maar veel gemakkelijker.
Of we kunnen het nu doen. Want ik zal me niet kunnen concentreren nu je hebt gezegd dat je wilt praten.
Maar dan moet je het nu doen, voor je broer tevoorschijn komt.
want ze willen het nu doen, maar dat kan niet omdat Charlotte's ligt te bevallen.
Als we iets doen om hem aan onze kant willen krijgen moeten we het nu doen.