Voorbeelden van het gebruik van Het ophouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil het niet ophouden.
Kun je het ophouden?
De dia schoot in wineyard en het ophouden bij de heerlijke druiven die zijn.
Het ophouden van het roken.
Het ophouden plotseling kan uw voorwaarde slechter maken.
Het ophouden ook OS.
Laat het ophouden. Nee.
Laat het ophouden.
Laat het ophouden.
Laat het ophouden.
Laat het ophouden.
Moet ik het ophouden?
Waar zal het ophouden?
maar ik moest het ophouden, want zij had de wc verstopt.
Kan je het niet ophouden?
Ik kan het niet ophouden!
Ze kan het niet ophouden.
Laat het ophouden.
Kun je het niet ophouden?
Laat het ophouden. Nee!