Voorbeelden van het gebruik van Hij was in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee. Hij was ontslagen.
Hij was geen bom aan het plaatsen.
Hij was dood, dacht ik.
Hij was in contact met de moordenaar.
Hij was evengoed vreemd geweest. .
Hij was aas.
Hij was altijd één van ons.
Hij was gek, dat zag je.
Nee, hij was niet vergiftigd, OK?
Hij was een boek aan het schrijven over deze onzin.
Hij was toevallig al de hele week in de rechtbank.
Hij was te oud en te geïnteresseerd.
Hij was bijna verhongerd,
Hij was ook op missie in Irak.
Hij was van Delta 4-1 en ik sta bij ze in het krijt.
Dus hij was niet van jou voor dit alles?
Hij was geboren in Burlington, Alabama in 1889.
Hij was dol op z'n gezin.
Hij was een dronkaard.
Want hij was een onzer geloovige dienaren.
