Voorbeelden van het gebruik van Hij wilde het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij wilde het vernietigen.
Maar hij wilde het altijd.
Hij wilde het niet weten.
Maar hij wilde het overduidelijk op een conflict laten aankomen.
Hij wilde het in de familie houden.
Dus hij wilde het vertellen op de ijsbaan?
Hij wilde het niet zeggen.
Hij wilde het niet. he?
Hij wilde het mij laten voelen zoals hij zich voelt.
Hij wilde het niet lezen.
Hij wilde het niet vertellen.
Hij wilde het straffen voor poepen in zijn tuin.
Hij wilde het veeleer door een radicalisering op een hoger plan brengen.
Hij wilde het voor een kindje dat dorst had.
Hij wilde het voor een stom cowboykostuum.
Hij wilde het nooit fout hebben.
Hij wilde het weigeren.
Of hij wilde het gewoon allemaal.
Hij wilde het verbranden.
Hij wilde het voor zichzelf houden.
