Voorbeelden van het gebruik van Humor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
In m'n hart weet ik dat ik humor heb.
Steve Buscemi voor de humor.
Soms begrijp ik zijn humor niet.
Marge, niemand begrijpt humor niet zoals ik.
Hij heeft ook veel humor.
Actie, humor en knappe vampiers en romantiek.
Humor, kennis… Zoveel inzicht… en zelfs boosaardigheid.
Hij verhoogt het niveau van de Franse universiteit door z'n vernietigende humor.
Zijn muziek zweeft tussen mysterie en herkenbaarheid, tussen humor en ernst, tussen naïviteit en cynisme.
En hij heeft humor.
U hebt gevoel voor humor.
Oké, wil je humor?
Slechte humor zit in de familie?
Grootmoed, humor, manieren, koelbloedigheid,
De Noord-Europese reputatie voor het gebrek aan humor is gegrond.
En de ander wordt vervloekt vanwege zijn charme en humor.
Dat is humor!
Ze hadden humor.
In de toekomst hebben we humor nodig, dus ik mag blijven.
Een plaats waar humor en wijsheid erin geslagen worden met 'n hamer.