Voorbeelden van het gebruik van Ik lopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
nu kan ik lopen.
Dan ga ik lopen.
Als ik moet lopen, moet ik lopen.
Hoeveel rondjes kan ik lopen, voordat ik stop met zoeken?
Moet ik lopen of loop jij?
Zal ik lopen voor ik terugga naar de berg?
Ik kan lopen en praten.
Pas op m'n twaalfde kon ik weer lopen.
Dat risico moet ik lopen.
Waar moet ik lopen?
Jezus, nu moet ik lopen.
Gisteren op weg naar werk zag ik hem lopen.
Hoe ver moet ik lopen?
Dan blijf ik lopen.
En als je me niet naar m'n hotel brengt, dan moet ik lopen.
Dat risico wil ik lopen.