Voorbeelden van het gebruik van Je dat doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En hoe wou je dat doen?
Kun je dat doen? RD?
Hoe kon je dat doen, George?
En hoe wil je dat doen, Alex?
Hoe kon je dat doen?
Hoe wou je dat doen?
Hoe wou je dat doen?
Weet je hoe je dat moet doen?
Dan moet je dat doen.
Waarom zou je dat doen?
Hoe gaat je dat doen, Paul?
Waarom zou je dat doen, Raj?
En hoe wil je dat doen?-Dat klopt.
Hoe ga je dat doen?
Abe, hoe kon je dat doen?
Hoe wil je dat doen?
Hoe zou je dat doen?
Waarom wil je dat doen?
Waarom zou je dat doen, Norman?
Hoe ga je dat doen?