Voorbeelden van het gebruik van Kan jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe kan jij… Wat nou?
Hoe kan jij hier zijn?
Kan jij dat doen?
Oké.-Kan jij het drankje halen? Goed.
Kan jij de code breken? Vandaag niet?
In feite, Linda, kan jij dat niet. Nee.
Kan jij de andere vingers voor me doen,?
Kan jij die sprong maken?
Kan jij een communistische spion in het leger,
Helaas kan jij niet zo lang zonder hen.
Kan jij de helikopter weer gereed maken?
Kan jij me wegbrengen?
Kan jij 'm niet helpen?
Hoe kan jij dat weten?
Maar dat kan jij niet.
Kan jij even opnemen?
Dat kan jij wel.
Phyllis. Kan jij dit doen?
Dan kan jij me vertellen waar het station is.
Kan jij met haar praten?