Voorbeelden van het gebruik van Kind zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn kind zit in de gevangenis.
Het kind zit in de auto.
Uw kind zit in de problemen.
Dat kind zit nu in een weeshuis.
Dat er daarbinnen een kind zit.- Jij weet net zo goed als ik.
Deze gast- Zijn kind zit in mijn klas.
Het kind zit af en aan in een pleeggezin.
Het kind zit nog in haar baarmoeder.
Zijn kind zit bij Megan op school.
Iemand help me. Mijn kind zit vast!
Het hoofd van het kind zit daar.
Het kind zit constant aan de borst,
Houd wel de omgevingstemperatuur in de gaten; uw kind zit stil en heeft extra bescherming nodig om warm te blijven.
Wat zeg je tegen iemand die naar je toe komt… en jouw kind zit daar… maar hun kind wordt vermist?
Achter ieder ouderpaar en ieder kind zit een eigen verhaal.
Als het geneesmiddel aan een kind moet worden gegeven, zorg er dan voor dat het kind zit of rechtop wordt gehouden,
Een lelijk gezicht is dit: wanneer je recht tegenover een puppy of kind zit en je zegt:"Wat doe je!
dan vouw je dit naar beneden, het kind zit er bovenop, en het is geïntegreerd.
Als kind zit ons hoofd er vol mee. Ze helpen ons socialiseren
M'n kinderen zitten daar.