Voorbeelden van het gebruik van Kind zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn kind zit in de problemen.
Mijn kind zit in de gevangenis.
Niet schieten. Mijn kind zit in de auto.
Mijn kind zit in de kinderopvang!
Dat kind zit in m'n huis.
Kind zit in hich stoel in de keuken.
Welk kind zit niet in therapie door hun ouders?
Mijn kind zit in de cel omdat jij naar de hoeren ging.
Mijn kind zit in de auto.
Dat kind zit in zijn kamer met 16 bazooka's en 19 granaten.
Jouw kind zit trouwens zand te eten.
Dat kind zit nauwelijks op de middelbare school.
Mijn kind zit in de cel omdat jij naar de hoeren ging.
Niet schieten. Mijn kind zit in de auto!
M'n kind zit in de knoei.
Mijn kind zit nu midden in een shock!
Gelukkig kind zit op groen gras
Dat kind zit in de penarie.
Deze gast- Zijn kind zit in mijn klas.
Mijn kind zit er nog in!