Voorbeelden van het gebruik van Lazen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We lazen het elke avond.
Een stel jongens die poëzie lazen?
We lazen over haar in de vierde klas.
We lazen over die vreselijke moorden.
We hebben je toegangskaart, we lazen je magnetische code.
Ox en ik lazen veel.
Alle kinderen lazen strips.
We lazen.
Twee andere mensen lazen het verslag.
Er werd niet over gesproken, maar wij lazen de krant ook.
Ik dacht dat ze Steven zouden helpen vrij te komen als ze dit lazen.
Dit soort verhalen lazen we tijdens de opleiding.
Van de morgen- zedelijkheid jullie door hem lazen.
Ik heb een ander geloof, maar wij lazen ook uit de Bijbel.
We lazen elk verslag, hebben elke bron uitgeput,
Wij' lazen dat boek niet!
De nonnen lazen altijd de brieven voor die ik kreeg.
Mam en ik lazen of deden spelletjes tot hij klaar was.
Mijn ouders lazen het online.
Dit soort verhalen lazen we tijdens de opleiding.