Voorbeelden van het gebruik van Levenslust in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
aanstekelijke levenslust.
Maar ik heb m'n levenslust weer terug.
Jij hebt catastrofes in triomfen veranderd… met jouw pure, blije, onvermoeibare, aanstekelijke levenslust.
Zijn levenslust. Zijn driftbuien.
Vol levenslust.
Levenslust op leeftijd.
Het getuigt van dezelfde energie en levenslust als zijn experimenten met het schilderen decennia eerder.
Haar levenslust was besmettelijk.
Maar wel rijk aan levenslust. Ze was niet rijk.
Wat? Zit je vol levenslust… door de bruiloft van je dochter?
In 't hele rijk werd ze bemind vanwege haar levenslust en haar schoonheid.
Wat een levenslust.
Waar is je levenslust?
We ontnemen hen hun trots… hun levenslust, hun liefde.
Om die reden heeft ze haar levenslust verloren.
Geeft nieuwe kracht, levenslust en uithoudingsvermogen.
Tussen de apotheker en de drogist bevindt zich een wereld van verbeterde energie en levenslust.
Ik bewonder hun levenslust.
Ik laat me niet bedwingen, want ik heb levenslust!
Hij doodt zijn prachtige levenslust.