Voorbeelden van het gebruik van Nakijken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ruiten wassen en olie nakijken.
Ik moet het vee nakijken.
Ik laat Wade morgen de schijven nakijken.
Laat mama je huiswerk nakijken.
uw kinderen zich laten nakijken.
Ramirez. Je moet iets voor me nakijken.
Examens nakijken? Kom op?
Moet ik het in de boekhouding nakijken?
Ik wil 't geleidingsysteem nakijken.
De verwarming nakijken.
dus dat moet ik nakijken.
Sorry dat je alles moet nakijken.
Ik moet de romp nakijken.
Ik moet je nakijken.
Ik ga het eerst nakijken.
We gaan u nakijken.
Ik moet huiswerk nakijken.
We moeten uw huis nakijken.
Wat moet ik nakijken?
kan ik het nakijken.