Voorbeelden van het gebruik van Nekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wanneer de ketenen en de kettingen om hun nekken hangen worden zij gesleept.
Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers!
Nekken breken hier gemakkelijk.
Nekken het honkbal.
schranderheid iemand kan nekken.
Maakt dat van Paulie een prioriteit? En nekken!
Eerst moeten we die vakbond nekken.
Dat zal hem nekken.
Eén incident kon ons bedrijf nekken.
Laat dit jaar je niet nekken.
Winston zei dat elke knaap in 'n garage hem kon nekken.
Dit soort zaken kunnen ziekenhuizen nekken.
Je weet toch dat zwarte en blanke nekken even goed breken?
Ja? Ja. Dame, ik kan je zo nekken met dit?
Als de woestijn je niet nekt, nekken de Arabieren je.
Eerste jaar kan dat je nekken.
Alleen dat al kan hem nekken.
Ze willen ons nekken, César.
Ze gaan de Sandinisten nekken.
Geroddel kan mij nekken.