Voorbeelden van het gebruik van Netjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niet netjes, maar het werkt.
We moeten netjes en damesachtig zijn.
Jij ziet er netjes uit.
Mensen afluisteren is ook niet netjes.
Het moet netjes zijn.
Ik moet er netjes uitzien.
Waarom ga je zo netjes naar de bieb? Hoi.
Hou alles altijd netjes en proper, jongen.
Ik moet netjes gekleed zijn.
Het is niet netjes om over de doden te spreken.
Hij is netjes, toch? Hoezo?
Hij heeft me netjes behandeld.
Dat is niet erg netjes, baas.
Hij is veel te netjes.
Heb ik niet gezegd dat lakens netjes moeten worden opgevouwen?
Niet zo netjes als uw kelder, hè?
Jullie zijn te netjes voor dit deel.
Het was niet netjes van me. We waren alleen bevriend, maar.
Hoor je hoe netjes hij praat?
Dus ik vond het nog wel zo netjes om je in de ogen te kijken.