Voorbeelden van het gebruik van Nu twee in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En nu twee in één week.
Er zijn er nu twee.
zijn er nu twee volken.
Ze heeft nu twee stukken.
Er zijn er nu twee van mij hier. Ja.
Ik heb nu twee kids.
De kapitein heeft er nu twee in huis.
Lester, ik heb nu twee immuniteitspasjes nodig.
Marie en ik zijn nu twee jaar samen.
Jullie leren alle sommetjes. Of het nu twee keer zeven is.
Graag wil ik nu twee of drie punten bespreken.
En nu twee keer op één dag.
Ben je hier nu twee jaar?
had je nu twee lijken.
Ja. Er zijn er nu twee van mij hier.
Nu twee stappen vooruit.
Je hebt nu twee huizen en twee ouders die dol op je zijn.
We zijn nu twee jaar samen.
Bernie het konijn heeft nu twee papa 's.
We moeten nu twee dingen doen.