Voorbeelden van het gebruik van Omleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij ging hem omleggen.
moet ik Michael omleggen.
Je wilde me omleggen.
Je gaat ze omleggen.
Coulson is de enige man die je nooit kunt omleggen.
Diaz wilde de voedingen zelf meenemen en mij omleggen.
Jij wilt Lemoine omleggen?
Ik moest mezelf bijna omleggen.
We gaan er nog veel meer omleggen.
Als we haar omleggen.
Daar moet je wel 50 mensen voor omleggen.
Ik moest vanavond iemand omleggen.
Ik ben een van de mannen die je van Washington moest omleggen.
Deze ochtend moesten we nog een stel gekken omleggen.
Iemand als Gil omleggen, dat is een regelrechte oorlogsverklaring.
Hij moest een Arische regelneef omleggen voor bescherming.
Toen Manni je wilde omleggen.
Pablo… ik wil een buschauffeur omleggen die mijn moeder heeft vermoord.
We hadden hem allemaal kunnen omleggen.
Waarom moest je hem zo omleggen?