Voorbeelden van het gebruik van Ook klaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je cracker is ook klaar.
We zijn ook klaar.
Pardon. Is mijn auto ook klaar?
Ik ben ook klaar.
Ik ben hier ook klaar.
Dus ben jij ook klaar.
De jonge heer is ook klaar.
Ook klaar.
Je cracker is ook klaar.
Ben je daar ook klaar mee?
Wij zijn ook klaar voor hen.
Ik ben ook klaar!" zei de keizer.
Op het bouwterrein… was Gob ook klaar om een vrije middag te nemen.
En ik ben ook klaar met die God van je.
Ik ben ook klaar. Bedankt!
Ze zijn ook klaar met Jalen.
Ben jij ook klaar om me te verstoten? En jij?
De achtervanger staat ook klaar.
Jij bent ook klaar.
Met één minder zijn we ook klaar om te vechten.