Voorbeelden van het gebruik van Opgestaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was al opgestaan.
Ik denk dat we vanmorgen te vroeg zijn opgestaan.
Dat de Messias is opgestaan.
Ik ben weer opgestaan.
maar is opgestaan.
Ik ben vaak gevallen en weer opgestaan.
Het lijkt alsof ze zijn opgestaan en vertrokken.
De koning is opgestaan.
Halleluja! Christus is opgestaan.
Hij is opgestaan.
De Heer is waarlijk opgestaan.
Ze is opgestaan.
Ik ben uit de dood opgestaan.
Ik ben vroeg opgestaan voor school.
Ziet, Hij is opgestaan.
Goede vrienden opgestaan uit de dood.
Als u was opgestaan, was hij me nagekomen.
Op dat moment is er een republikeinse officier opgestaan: generaal Pinochet.
Nee, ik ben op tijd opgestaan.
Ze is uit het graf opgestaan.