Voorbeelden van het gebruik van Oprukken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Met het oprukken van de Russen kwam de NOC onder druk te staan.
De snelheid aanhouden bij 't oprukken zal niet meevallen omdat het 'n eenbaansweg is.
Oprukken op koers 664.
Oprukken op twee fronten.
Misschien moest ik maar zelf oprukken naar Sparta en het platbranden tot op de grond.
Eenheden één en twee, oprukken als de apparaten zijn losgekoppeld.
Blauw team, oprukken.- Begrepen.
Als er soldaten uit New York oprukken, zijn de rebellen meteen gealarmeerd.
Oprukken naar… Ze moeten ons toch verdedigen?
ik geen mannen heb en dat de Russen oprukken.
Hij wil duidelijk verder oprukken naar 't westen.
Begrepen. Blauw team, oprukken.
D2, oprukken.
Hij laat ons niet oprukken.
Karel zal oprukken.
Alle eenheden, oprukken.
Deze keer, wil ik een kordon mannen die oprukken vanuit het noorden.
Hoe dan ook, Karel zal oprukken.
Alle teams oprukken!
Goed, in twintig minuten oprukken.- Begrepen.