Voorbeelden van het gebruik van Opsturen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil u deze bandopname opsturen.
En jij had haar die nummers niet mogen opsturen.
Ik wou hem nu per koerier vanaf het vliegveld opsturen.
Ik kan je 'n samenvatting opsturen.
Ik kan een foto maken en die naar je opsturen.
Ik wilde jou er nog één opsturen.
Laten we een advocaat bellen voor we een bod doen en alles opsturen.
Ik moet deze aanvraag opsturen… voor de deadline.
Moeten we ze opsturen?- Vijf.
Mama zou ze opsturen zodra we je nieuwe adres zouden weten.
Ik laat u opsturen wat wij nog aan materiaal hebben.
Mam zou ze opsturen zodra we je nieuwe adres hadden.
Nee, dan moet ik het opsturen, en ik heb nogal haast.
Als we het nu opsturen komt het nog op tijd.
Ik zou 't waarderen als u me kunt opsturen wat u tot nu toe hebt.
Moet ik ze opsturen?
Die zullen we opsturen.
kunt u ze opsturen.
We willen het niet zomaar opsturen.
Het zou geweldig zijn als u het me kunt opsturen.