Voorbeelden van het gebruik van Oud zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe oud zijn jullie? Maar goed… Vertel me.
Jaar oud zijn.
Zo oud zijn ze niet.
En hoe oud zijn jullie?
Het kan meer dan een jaar oud zijn.
En hoe oud zijn jouw kinderen?
Hoe oud zijn jullie?- Vier maanden.
Mijn god, dit moet zo'n duizend jaar oud zijn.
Hoe oud zijn ze? De kinderen?
Hoe oud zijn jullie eigenlijk?
Ik wil oud zijn.
Hoe oud zijn deze meisjes?
Hoe oud zijn jullie?
Maar niemand wil oud zijn.
Over 40 jaar, als we oud zijn en.
Hoe oud zijn jullie?- Ja, snel?
Monsters kunnen oud zijn.
Als we oud zijn.
Zwembroeken! Hoe oud zijn jullie?
Eens zullen jullie oud zijn.