Voorbeelden van het gebruik van Pas vier in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is pas vier jaar!
Eindelijk. Dag.-Toe, hij heeft pas vier eekhoorns gezien!
Ik was toen pas vier.
Ik ben hier pas vier dagen.
Ik ken je pas vier weken.
Maar we zijn pas vier maanden samen.
Hij is pas vier uur weg.
Het is pas vier dagen.
We wachten pas vier uur.
Ik ben pas vier maanden zwanger.
Ik ben pas vier uur producer.
Ik weet pas vier jaar van zijn bestaan.
Ik ben vandaag pas vier keer gevallen.
We hebben pas vier uur iets.
We zijn pas vier dagen uit elkaar, Richie!
Maar we zijn pas vier maanden samen.
Jij doet dit pas vier jaar, nietwaar?
En ik ken je pas vier dagen.
Ik woon hier pas vier dagen.
Je bent hier pas vier maanden.