Voorbeelden van het gebruik van Pittig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Pittig genoeg voor jou?
Ze was pittig.
Alleen jij. Dat moet pittig zijn.
Ik ben pittig.
Hij was pittig.
Hij was pittig.
Ze noemde je wel pittig, wat nogal problematisch is.
Pittig, maar alcoholvrij.
Niet te pittig.
Je bent pittig vandaag.
Ze is zelfstandig, pittig.
Niet te pittig.
Het is pittig.
Klinkt best pittig.
Beetje pittig voor mij.
Zoet en een beetje pittig.
Het smaakt… pittig.
excellent selfies, pittig… Lees meer.
Zij is lief en pittig.
Normaal, niet pittig.